Psychologie of spiegologie?! Je kunt zoveel meer dan dat je denkt dat je kunt:) Of je nu jong of oud bent. Geniet van bijgesloten artikel. Een must voor iedereen die voor de klas staat, voor alle ouders, voor alle managers, voor alle coaches, voor alle goede vrienden… Probeer het uit en laat je verrassen door de resultaten.

Spiegelogie is het gedachtengoed van Willem de Ridder.

 

Er bestaan geen moeilijk opvoedbare kinderen: Alle ruzies in mijn klas verdwijnen als sneeuw voor de zon: een onderwijs revolutie!

Mijn naam is Johan Lanser. Ik ben in Maassluis geboren en opgegroeid in Sliedrecht. Op de een of andere manier ben ik in Friesland terechtgekomen, waar ik nu in een schattig dorpje vlakbij Leeuwarden woon. Mijn vader zat in het onderwijs en heeft mij natuurlijk ook onderwezen, maar op een hele andere manier dan ik nu zelf onderwijs geef. Ik geef nu les op een IVBO school. Het zijn kinderen die een nivo onder het MAVO zitten. IVBO is eigenlijk de onderste tak van het voortgezet lager onderwijs. Kinderen die dus een laag maatschappelijk aanzien hebben, hetgeen betekent dat ze vrij primair reageren.

Toen ik een jaar of zes geleden in Groningen een weekendje Spiegelogie had meegemaakt met Willem de Ridder, kwamen er bij mij ineens hele andere gedachtenstromen op gang. Vooral omdat ik op school zoveel levend materiaal voor me had. Aan mijn leerlingen kon ik ineens duidelijk zien hoe dingen werken. Dat had ik daarvoor niet in de gaten.

Tja hoe moet ik dat uitleggen… Ze reageren op alles wat je zegt, ze voeren eigenlijk altijd exact uit wat je zegt. Zoals ik in dat weekend leerde dat al onze cellen exact reageren op alles wat we horen, denken en vinden. Als ik bijvoorbeeld zeg: ‘Je moet niet op pagina 21 kijken maar naar 43’, dan kijkt de helft van mijn leerlingen naar 21. Als ik dan zeg dat ik toch 43 heb gezegd, dan schudden ze het hoofd. ‘Nee hoor, U zei pagina 21.’ Ze voeren alles exact uit. Net als onze cellen kennen ze nauwelijk ja en nee, maar alleen waar je je aandacht op richt. In de Spiegelogie leerde ik dat alles waar je je aandacht op richt groeit, oftewel dat alles waar je energie in stopt expandeert.

Als je dus NEE of NIET zegt dan gaat de energie toch precies naar datgene wat je ontkent. Dat was een echte openbaring voor me die ik in de klas ineens in levende lijve voor me zag. Daarom ben ik met een aantal klassen proeven gaan doen. Zo begon ik bewust ontkenningen te gebruiken. Op maandagmorgen riep ik bijvoorbeeld dat ze deze week absoluut GEEN rode jassen mochten zien. Dat werkte zo heftig dat sommige kinderen gek werden van alle rode jassen die ze zagen. Dat gaf mij natuurlijk inzicht hoe het bij leerprocessen gaat, want daar werkt het natuurlijk ook… Ik begon de hele wereld om me heen anders te bekijken en te beluisteren. Zo hoorde ik veel verhalen van collega’s over wat er mis ging in hun klassen. Ik paste dan expres hun falende aanpak opnieuw toe om te kijken hoe zoiets werkt. Wat blijkt, alles wat misgaat doe je dus zelf. Een leerkracht die helemaal over zijn toeren raakt omdat hij zijn klas niet aankan legt mij uit dat hij wel drie keer gezegd heeft dat ze GEEN snoepjes mogen eten in de klas, maar ze zitten bijna allemaal te snoepen! In de volgende les zeg ik dan: ‘Jongens we eten vandaag GEEN snoepjes’. Binnen tien seconden krijg ik al een snoepje aangeboden. Kortom alles wat je uitspreekt, krijg je direct terug, dus alles is sturing. Dat was een behoorlijke schok. Wat een verantwoordelijkheid!

Ik ben mezelf op een gegeven moment gaan trainen om mijn hele vocabulaire te veranderen. Soms ga ik nog wel eens in de fout door een ontkenning te gebruiken van iets dat ik helemaal niet had willen zeggen en ik schrik altijd van de gevolgen. Zo vertelde ik een meisje dat thuis ruzie had, iets wat ik door Spiegelogie had geleerd: ‘Verander je idee eens vooraf over je ouders, maar (ik hoor het me nog zeggen) ga niet extra vriendelijk doen…’ Ik kon mijn tong er wel afbijten. Een week later vroeg ik haar wat er gebeurt was. Ze keek me boos aan en zei:’Jij bent me ook een mooie, ik kwam binnen, deed heel vriendelijk en werd meteen de deur uit gezet’. Kortom zo stuur ik de hele dag continu die kinderen bij. Dat bewustzijn is zo groot geworden, dat ik soms thuis zat op te schrijven wat ik precies zou gaan zeggen en te berekenen hoe dat zou gaan werken. In alle gevallen werkte het ook zo. Ik schrok steeds meer van de invloed die ik op ze had en het gebeurde wel eens dat ik in sommige lessen mijn mond nauwelijks durfde opendoen.

Iedereen is intelligent dus jij bent het ook!

Alles hield ik bij, mijn gedrag, mijn bewegingen, de toon van mijn stem, de woordkeus, ik werd er bijna gek van. Die periode heeft behoorlijk lang geduurd. Ik ging wekelijks naar mijn fanclubje om te oefenen en kende de spelregels van buiten. Ik wist dat die oeroude wetten gewoon werkten. Op een gegeven moment kon ik ze zonder enige schroom voor de klas gebruiken. Ik zei dan: ‘Jij bent intelligent. Iedereen is intelligent, dus jij ook. Als je niet intelligent wil zijn, (de ontkenning) ook goed’. Met als gevolg dat de leerlingen helemaal open gingen staan. Als ze op een van mijn vragen met de mond vol tanden stonden, zei ik altijd:’Je weet het antwoord al, als je het nu niet weet, weet je het zo meteen en als je het zo meteen niet weet, dan weet je het morgen’. Dat maakte zoveel los, dat kinderen dikwijls meteen al de juiste antwoorden wisten te geven.

Ik merkte hoeveel blokkades er bij die kinderen opgebouwd zijn. Ongelooflijk. Ik herinner me een meisje uit de beginperiode die niets meer uit zichzelf durfde zeggen. Ze vroeg letterlijk alles. Toen ik dat door begon te krijgen zei ik gewoon: ‘Jij weet het antwoord’. Ze zei dan geheid:’Ik weet het niet’. Ik herhaalde dan: ‘Jij weet het antwoord’. In het begin ging dat soms dertien keer achter elkaar, maar steeds weer kwam ze met het juiste antwoord. Ze schrok gewoon van zichzelf, dat ze zo ongelooflijk veel bleek te weten, terwijl ze vroeger dacht dat ze helemaal niets wist. Dat was puur genieten voor mij, dat begrijp je. Ik zal je een ander voorbeeld geven. 95% van de kinderen weten niet hoe ze werkwoordvormen moeten schrijven. Ik zeg dan doodleuk dat iedereen een TIEN haalt. Natuurlijk vinden ze dat belachelijk en word ik door de hele klas uitgelachen. Maar ik herhaal nog eens dat iedereen een TIEN haalt. Als je GEEN TIEN haalt is het ook goed (ik neem altijd die ontkenning mee natuurlijk). Wat er gebeurt is dat kinderen die het onderwijs niet meer zien zitten, als zombies in de schoolbanken zitten tot ze weer lekker buiten mogen spelen, los beginnen te komen. IK KAN EEN TIEN HALEN. Het gevolg is dat ze allerlei vragen gaan stellen. Mijn stelling is, wie een vraag stelt weet ook het antwoord. Dat vertel ik ze ook. Als ik een leerling die nooit iets vraagt en dus altijd zijn bek houdt zeg: ‘Stel een vraag en je weet het antwoord!’ dan gaat die suggestie in het onderbewuste van dat kind werken, met het gevolg dat hij zomaar een vraag begint te stellen. Het is altijd raak. Hij gaat het antwoord geheid geven. Het werkt als een sprookje. Eigenlijk vertel ik alleen maar sprookjes en ze komen allemaal uit. Zo is grammatica voor de meeste van die kinderen een verschrikking. Ik vertel ze dan het sprookje dat ze grammatica al op hun tweede, derde jaar perfect gebruikten. Toen ze leerden praten zijn ze zinnen gaan opbouwen. Het begon met een woordje, toen kwam er een werkwoord bij, etc. Nu kun je niet meer ontleden? Dat deed je als kind al. Ze hangen aan je lippen. DUS IK KAN DAT AL. Die suggestie alleen al geeft z’n openheid dat ze in hetzelfde jaar een stel tienen halen, terwijl ze voor die tijd nooit verder kwamen dan vijfjes en zesjes. Kortom die suggestie werkt geheid.

Kinderen met dyslexie bijvoorbeeld, dat is helemaal lachen. Die zijn zo geblokkeerd geraakt dat ze meteen zeggen: ‘Dat kan ik niet want ik ben dyslexies’. Ik zeg dan rustig: ‘Wie dyslexie heeft is goed in taal!’ Ik heb er even aan moeten wennen, maar tegenwoordig zeg ik het met grote stelligheid: ‘Wie dyslexie heeft is goed in taal’. Die suggestie geeft een opening van hier tot ginder. Een meisje maakt vijftig fouten per bladzijde. Totaal geblokkeerd. Vervelende dingen in het leven meegemaakt. Ze schrijft ‘musgien’ i.p.v. ‘misschien’. Iedereen denkt dat ze een hopeloos geval is. Ik zeg echter ‘Jij bent goed in taal’. Dan komt de tegenkracht. ‘Ik ben helemaal NIET goed in taal.’ Dat is heerlijk, want ik heb nu een tegenkracht gemaakt, die de suggestie alleen maar versterkt. Ik vraag haar wat ze wil veranderen aan het woord ‘musgien’ en ze geeft letter na letter het goede woord. Niemand wil dit geloven, want wij vinden dat het nooit iets kan worden met dat meisje als ze niet verplicht een half uur per dag de spellingsregels bestudeert, waardoor de ballast nog veel groter wordt, kortom door al die adviezen en oefeningen gaan ze alleen maar slechter presteren. Daardoor krijgen ze steeds maar weer te horen dat ze stom zijn.

We beschikken allemaal over en enorme macht die we nooit hebben leren gebruiken.

Eén zinnetje uit het Spiegelogie weekend is me altijd bijgebleven: ‘Zeg goed en het wordt goed’. Daar ben ik ingedoken. Ik zeg dus rustig tegen iemand die een fout gemaakt heeft: ‘Dat is goed’! Negen van de tien keer zeggen ze dan meteen: ‘Maar het is niet goed’! Ik kaats dan meteen terug: ‘Hoe weet je dat het niet goed is?’ ‘Omdat het zo en zo hoort te zijn.’ Vervolgens geven ze het juiste antwoord. Er komen leerlingen bij me met een fout antwoord en ik zeg weer dat het goed is. Ze gaan tevreden zitten, maar staan de volgende dag opgewonden voor mijn neus met de mededeling dat het helemaal niet goed was. Ik knik dan: ‘Dat klopt!’ Kortom ik vertrouw helemaal op hun eigen kunnen. Alle deuren worden daardoor geopend.

Aan het begin van de les zeg ik altijd: ‘Jongens we zijn hier samen in een goede sfeer, we hebben onze intelligentie bij ons, die wagenwijd openstaat, we hebben een groot vertrouwen in elkaar en we maken hier ongelooflijk goede resultaten.’ Degene die het hardst ontkennen zijn meestal de beste. Omdat ik die kinderen als levend materiaal om me heen had, heb ik zoveel uitgeprobeerd, bijgehouden en beschreven dat ik nu weet dat we allemaal over een enorme macht beschikken, die we nooit hebben leren gebruiken. Ook de leraren niet. Om mijn leerlingen aan hun macht te laten wennen, leg ik wel eens een les stil om met zijn allen te bekijken wat er zojuist gebeurt is. Zij heeft iets ontkend, wat hij is gaan bevestigen, waar ik weer op gereageerd heb… Zo leggen we alle gedachtenketens van beinvloeding bloot en blijkt altijd weer opnieuw dat we het in onze maatschappij wel hardnekkig over individuen hebben, maar dat die beïnvloeding zo gigantisch groot is, dat je niet van individu kunt spreken. Er is een onafgebroken beïnvloeding over en weer via bewegingen, uiterlijk en woorden. Het is echt schrikken in het begin.

Als je de betekenis van het woord ‘individu’ letterlijk neemt, dan bestaat het uit ‘divide’ hetgeen SCHEIDEN betekent en ‘in’ wat NIET betekent. Eigenlijk zijn we dus niet te scheiden van elkaar, of zoals de Spiegelogie zegt: We zijn één. Ik zal je nog een voorbeeld geven. Iemand kan niet goed lezen, is daarvoor getest, blijkt vol met blokkades te zitten en weet dus nu zeker dat hij niet goed kan lezen. Ik zeg dan rustig: ‘Jij kunt juist heel snel lezen. Hoe snel wil je eerdaags kunnen lezen?’ ‘Hoe kan ik dat nou weten?’ ‘Hoe snel wil je kunnen lezen? Zeg het maar.’ ‘Eh… ik wil zoveel woorden per minuut kunnen lezen.’ Twee maanden later vraag hoe hoe ver hij gekomen is. –‘Kom maar op met die lijst, dan zal ik hem even voorlezen…’ Gegarandeerd dat hij het aantal bestelde woorden haalt en dikwijls zelfs meer. Het onderbewuste regelt dat allemaal vanzelf. Ik kan natuurlijk ook zeggen dat hij een half uur per dag moet gaan oefenen, maar als ik die woorden alleen al uitspreek, krijg ik zelf al een vervelend gevoel. Het gaat dus om het goede gevoel van die kinderen.

Vooral dat heb ik via de Spiegelogie geleerd. Het gaat altijd om het gevoel en dat kun je nooit voor de gek houden. Gevoel liegt ook nooit. Als je iets niet leuk vindt, dan voel je dat meteen en daar valt niet tegenin te redeneren. Ik pas dat toe op gedragsmatige dingen als ruzies of op leerlingen die zich niet goed voelen. Een van mijn leerlingen wordt bijvoorbeeld begeleid door een psychiater vanwege haar agressie. Ik hoor dan dat ze weer slaande ruzie heeft en zeg dan keihard: ‘Hoe laat ben je klaar? Half vier? Prima, om half vier loop jij met een goed gevoel de school uit. Die ruzie met dat meisje van vanmorgen ga jij oplossen, of je het nou wil of niet, het gebeurt. Er is er maar een die het kan doen en dat ben jij.’ Ze begint kwaad te protesteren: ‘Dat kan ik niet… Ik vermoord haar…’ Dat kunnen hele diepe vetes zijn. Ik suggereer gewoon door: ‘Wat er ook gebeurd, jij gaat die ruzie oplossen…’ Een uurtje later vraagt ze of ze met dat meisje mag gaan praten en is de ruzie opgelost. Dat gebeurt aan de lopende band. Ik ga bij ruzies allang niet meer praten over ‘wie het gedaan heeft, wie er gelijk heeft, dat had je niet moeten doen.’ Dat is allemaal gerommel in de marge. ‘Ik weet dat je een goed gevoel hebt, of wil je geen goed gevoel?’ ‘Natuurlijk wil ik een goed gevoel.’ ‘Dan maak je toch een goed gevoel. Vandaag los jij dat op.’ ‘Ja maar zij….’ ‘OK, jij lost het op…’ Alle ruzies in mijn klassen verdwijnen zo als sneeuw voor de zon, terwijl onze school bekend staat om zijn ‘agressieve’ leerlingen.

Degene die roept dat er geen ruzie gemaakt mag worden kan er op rekenen dat ze elkaar de hersens inslaan.

Een paar jaar geleden ging ik met de hele groep naar Terschelling. Terug naar de boot stonden daar zo’n 20 luitjes onze groep op te wachten, want iemand had iemand een dreun verkocht. Dat moet je dan maar weer zien op te lossen, want voor je het weet ligt er een in het ziekenhuis. De sfeer was grimmig, er moest en zou geknokt worden. Ik pak de jongen van onze groep die de dreun verkocht heeft bij zijn nek, leg mijn andere hand op zijn borst en zeg: ‘Jij blijft rustig. We hebben hier op het eiland een fantastische tijd gehad, we gaan hier met een goed gevoel de boot op, kortom dit is gewoon een goede afsluiting’. Dat soort woorden spreek ik gedecideerd uit. Het bijzondere is dat ik zijn hart dat opgewonden aan het bonken was, steeds rustiger voel worden. Een paar centimeter van hem af, met de borst bijna tegen hem aan, staat de persoon die hem wil aanvallen. Daar kijk ik niet naar. Ik maak de jongen uit mijn groep rustig, hij spiegelt dat en de ander neemt het over. Ruzie opgelost. Degene die roept dat je geen ruzie moet maken, omdat het niet goed is om geweld te gebruiken, etc. kan er de klok op gelijk zetten dat ze elkaar de hersens inslaan. Dat zit hem dus in zulke kleine subtiliteiten.

Ik gebruik het woord ‘oplossen’ heel graag. Bij ruzie (en dat komt nogal eens voor bij ons op school) zeg ik: ‘Jij lost het op!’ ‘Ik heb geen oplossing.’ ‘Je hebt een oplossing. Als je geen oplossing hebt, ook goed.’ De ontkenning werkt precies even sterk of dikwijls nog sterker. Twee dagen later is de ruzie opgelost. Ik hoef niets te doen. Dat maakt het allemaal zo eenvoudig. Je brengt door suggestie de oeroude wensen van mensen boven. Iedereen wenst namelijk een goed gevoel hebben. Daar maken we zelfs ruzie voor. We hebben namelijk leren denken dat de ander ons een slecht gevoel gegeven heeft en als we hem in elkaar slaan, dat we ons dan weer vanzelf beter zullen voelen. We hebben een zondebokkenmaatschappij gecreëerd, alleen maar omdat wij ons goed willen blijven voelen.

Ik heb mezelf de laatste jaren getraind om van tevoren mijn beeld van iemand te veranderen. Als het op school niet goed gaat met een leerling en onze relatie niet lekker loopt, dan neem ik ’s avonds die leerling even voor de geest en zie ik hem als een prachtig mens. Ook mezelf zie ik als een goed mens en ik zeg dan dat we een goed contact met elkaar hebben en dat het goed loopt. Geheid dat het de volgende dag al veel beter gaat tussen ons. Iedere gedachte die we hebben is een vooroordeel, als ik mijn vooroordeel durf te veranderen… bingo… altijd prijs.

Nog een voorbeeld. Een jongen die heel impulsief is en daardoor thuis en op school altijd op zijn donder krijgt van wie dan ook, is helemaal aan lager wal geraakt. Voor mij is zo iemand altijd een prachtige uitdaging. Ik oefen dan thuis om echt liefde voor zo’n jongen te voelen. Een paar seconden is al voldoende. Een paar weken later komt hij naar me toe en vraagt of ik nog wel een beetje van hem hou. Iets wat hij nooit van zijn leven zou durven. Ik sta er niet eens meer van te kijken. Je kunt er de klok op gelijk zetten. Als ik op iemand focus en mijn idee verander is het altijd prijs. Dit kunnen we zelfs wetenschappelijk bewijzen. Zet maar wat camera’s neer, ik schrijf op hoe ik mijn beeld veranderd heb, stop het in een envelop en verder hoef ik niets meer te doen. Het loopt allemaal vanzelf. Het werkt allemaal via ons onderbewuste kanaal, volautomatisch.

Ik ben ontspannen> Heb een prettig gezicht > Een goed humeur> Voel me goed en doe lekker rustig aan.

Het bewuste kanaal ik ook heel interessant. Sommige van deze kinderen (je houdt het niet voor mogelijk) die schelden de hele dag tegen iedereen en alles. Klootzak, teringlijder, ik maak je af, je kent dat wel. Het heeft dus geen enkele zin om te zeggen dat ze dat NIET mogen doen. Die ontkenningen hebben ze al 30.000 keer gehoord. Tegen die kinderen zeg ik: ‘Jij bent een goed mens.’ ‘Wat?’ ‘Jij bent een goed mens.’ ‘Ja maar, als ik nou geen goed mens ben?’ ‘Dan maak ik een goed mens van je.’ Ze hangen aan je lippen. Die lange slungels van een jaar of zestien. ‘Als je niet vriendelijk bent, dan maak ik je vriendelijk, of je nou wil of niet. Als je het niet wil, ook goed, het gebeurt toch.’ Er begint daardoor zo’n openheid te ontstaan. Gewoon omdat ik nu weet dat ik alles wat ik spiegel terugkrijg. Het leven is eigenlijk uitermate simpel.

Voordat ik een klas in ga laad ik me tegenwoordig altijd even op. Ik zeg dan van binnen dat ik ontspannen ben, een prettig gezicht heb, een goed humeur, ik voel me goed en doe lekker rustig aan. Simpele bevelen aan mijn cellen die altijd weer werken. Als ik binnenstap zie ik een rustige groep voor me, die spiegeling nemen ze van mij over en ik heb dan ook een goede les. Ook is het leereffect van zo’n les bijzonder groot. Ik ga er van uit dat alle kinderen zeer intelligent zijn. Je kunt dat zo simpel aanwakkeren en de resultaten zijn overdonderend. Nu zitten mijn leerlingen in een soort onderwijs waarin ze eigenlijk al jaren voor het lapje gehouden zijn dat ze dingen niet meer zo goed kunnen. Als je Spiegelogie gaat toepassen in het lager onderwijs (en dat is ook mijn doel) maken we eindelijk de broodnoodzakelijke verbinding tussen het sociale en het emotionele, alswel tussen het sociaal-emotionele en het cognitieve. Voordat we met de rekenles gaan beginnen dient iedereen zich eerst goed te voelen. Als er vanmorgen ruzie op het schoolplein is geweest, wordt dat eerst opgelost, anders gaan we niet rekenen.

Wij denken dat al die blokkades aparte gebieden zijn, maar ze werken allemaal tegelijkertijd. Voordat we iets doen, gaan we dus eerst een goede sfeer maken. Daarom vertel ik ook mooie sprookjes. Aan het kind dat denkt niet te kunnen rekenen, vertel ik over de professor die vroeger niet kon rekenen, maar nu dus een beroemde wiskundeprofessor is. De beste professoren zijn meestal kinderen die eerst denken dat ze niet kunnen rekenen. De hele klas bekijkt zo’n kind nu anders na dat verhaal. Ze kan niet rekenen en zou dus wel eens een professor kunnen worden. Zo’n kind gaat daardoor totaal open. Denk je nou echt dat dat kind niet kan rekenen? De blokkades worden weggenomen en de druk van zo’n klas verdwijnt als je dat soort sprookjes vertelt. Je kunt iets niet? Gelukkig. Fijn dat je het nog niet goed kan, want als je het nu niet kunt, kun je het morgen en anders wel overmorgen. Het gaat gebeuren. Als je dat geloof hebt gaat het ook inderdaad gebeuren.

Neem nou kinderen die gepest worden. Dat is zo makkelijk te veranderen, dat je al binnen een paar weken gigantische resultaten ziet. Acht uur in de week doe ik individuele begeleiding, bijvoorbeeld voor kinderen die aan lager wal geraakt zijn of helemaal in de knoop zitten. Tegen kinderen die gepest worden zeg ik: ‘Jij bent jezelf gaan pesten. Honderd procent. Er is er dus maar één die het kan veranderen en dat ben jij… Alleen jij kunt het honderd procent kan veranderen en dat ga je doen ook.’ In die individuele begeleiding leer ik ze om zelfbeschermingsmechanismes op te bouwen, zodat de persoon die pest zich aan hen gaat spiegelen. Dat deden ze natuurlijk al, maar nu zorg ik dat ze volledig rustig blijven en vriendelijk over zichzelf blijven denken. Als iemand ze uitscheldt gewoon denken: ‘Ik voel me lekker in mijn vel zitten, ga maar gewoon door met schelden.’ Ik train deze kinderen om een gedachtenscherm op te zetten dat totaal verschillend is van de taal die de ander op hen afstuurt, met als gevolg dat de persoon die hen pest dat reflecteert. Ik vertel ze dat de persoon die hen pest hun vriend zal worden. Dat wordt jouw fan (om maar eens een spiegelogie-term te gebruiken). Jij maakt jouw klasgenoten tot jouw fans. Geheid dat het gaat gebeuren.

Zoals ik al eerder opmerkte schrok ik nogal van deze dingen. Ik dacht dat ik met vuur aan het spelen was. Komt dit wel goed? Als iemand dan weer huilend terugkwam, sloeg de twijfel natuurlijk toe, maar op de een of andere manier bleef ik volhouden. Ik bleef dan stellig herhalen dat ze het gewoon gingen doen… De hele klas tot hun vrienden maken. In alle gevallen is dat ook gebeurd. Dit alles heeft natuurlijk met leerprocessen te maken. De sociaal emotionele kant is de steun voor het cognitieve. Als je een goede sfeer maakt, beginnen er wonderen te gebeuren.

Als jij vindt dat spijbelen goed is voor jou dan is het goed.

Ik heb een van mijn klassen een jaar lang voorgehouden dat ze allemaal op het eindexamen gemiddeld 7.7 zou halen. Gewoon bluffen. Kijken hoe het werkt… Ik gebruikte bewust 7.7 want als ik 7.3 gezegd had zat er een 3 in en je weet nu hoe het werkt: Alles waar je je op focust groeit. Is het dan toeval dat in die klas 40% boven de 7 zit, terwijl het in mijn andere klassen slechts 10% is? De kunst is natuurlijk om deze kinderen een stuk vertrouwen te geven. Ze zitten uiteindelijk allemaal in een onnatuurlijke situatie. Met zijn allen in kleine hokken opgesloten. We weten hoe ratten reageren als ze in te kleine ruimtes worden gepropt. In de jaren na dat Spiegelogie-weekend heb ik heel veel durf gekregen om gewoon eens te kijken hoe dingen werken.

Zo heb ik eens tegen een klas gezegd: ‘Wat jullie ook doen vind ik goed. Maakt niet uit wat je doet, ik vind het goed.’ ‘Maar als we nou wegblijven, is dat ook goed?’ ‘Dat is ook goed ja. Als jij vindt dat dat goed is voor jou, dan is het goed.’ In de volgende les blijkt er een meisje niet te zijn. Ik was even vergeten wat ik gezegd had en werd er dus meteen aan herinnerd dat alles goed was. Het grappige is dat alleen dit meisje met opzet wegbleef. Ze komt echter vier dagen later nogal ziek op school, of ze nog wat extra werk mag hebben. Zo gaat het continu. Als je kinderen helemaal het recht in eigen hand laat nemen, gaan ze fantastische dingen doen.

Wat ik dus bestudeerd en bijgehouden heb is het uitgestelde effect van wat je doet. Altijd is er weer die zelfcorrectie. Een paar jongens zitten op school om de tafel ruzie te maken om geld dat ze met gokken gewonnen en verloren hebben. Een zwaar meningsverschil in een milieu waar nogal makkelijk een tik uitgedeeld wordt. Zegt de een: ‘Hier op school kunnen we niks doen. Ik pak die lul wel in het weekend met een paar vrienden. Ik sla die kerel in elkaar, want ik wil mijn geld hebben.’

Ik kan dan wel zeggen dat geweld niet goed is en hij uit moet kijken voor de gevolgen en zo, maar dat heeft geen zin. Het enige wat ik zeg is: ‘Als jij denkt dat het goed is, dan moet je het doen.’ ‘Ja maar, kan het ook anders? Misschien kan ik het zo en zo doen. Als hij nou maandag dat geld meebrengt is het ook goed.’ ‘Goed idee, dat is natuurlijk ook prima.’ Waar wij mensen ons nauwelijks bewust van zijn is de vooruitwerkende kracht van taal. Ontken iets en het gebeurt. Wakker iets aan en het krijgt ook zijn kracht. Het besef van WAT wil ik aanwakkeren moet je met elkaar leren. Het hele onderwijs zou fanclubjes moeten gaan opzetten om dit met elkaar te leren. Als er bijvoorbeeld ruzie is, wat wil ik dan aanwakkeren? Vriendelijkheid natuurlijk! Dus wat zeg ik: ‘Jullie zijn vriendelijk.’ Vaak ontkennen ze dat dan: ‘Nee ik ben niet vriendelijk.’ Mooi zo, dat is een mooie ontkenning, die zit er in. Ik ben NIET vriendelijk. Voor de rest hoef ik niet zoveel meer te doen.

Mijn documentenmapje was gestolen, met rijbewijs en allerlei andere belangrijke bescheiden er in. Ik wist bijna zeker wie het gedaan had. Ik heb hem alleen maar uitgenodigd voor een gesprekje en hem alleen maar gezegd: Jij bent eerlijk.’ ‘Ik ben eerlijk?’ schreeuwt hij terug. Mooi zo, die zit er in. ‘Binnen een half uur heb jij hier de oplossing.’ Ik zeg hem helemaal niet waar het om gaat. Woedend en tierend loopt hij de klas uit. Wat denk ik wel niet… In minder dan een half uur ligt het mapje op de deurkruk van mijn kamer, terwijl ik alleen maar het woord ‘eerlijkheid’ heb gebruikt.

Ik heb het er dus wel eens moeilijk mee gehad. Als ik die kinderen zo makkelijk kon manipuleren, is dat wel goed? Ik kwam echter tot de ontdekking dat als ik een woord als ‘eerlijkheid’ gebruikte, ikzelf ook over mijn eigen eerlijkheid ging nadenken. Het spiegelde dus allemaal naar mij terug. Ik manipuleerde mijzelf. We zijn een beetje bang gemaakt voor het woord ‘manipulatie’, maar eigenlijk is alles manipulatie. Onze hele maatschappij bestaat eruit. Ik heb door dit onderzoek ontdekt dat het onmogelijk is alleen de ander te manipuleren. Mijn ontkenning van de vorige dag komt geheid volgende dag als een bevestiging terug. Iedere ‘spontane’ gedachte kan ik tegenwoordig bijna altijd terugkoppelen naar een ontkenning of een bevestiging die ik eerder gemaakt of gehoord heb. We hebben het in de pauze over whisky. Ik zeg dat ik lang geen whisky heb gedronken en ’s avonds pak ik de whiskyfles. Als ik hem in mijn hand heb, realiseer ik me tegenwoordig steeds vaker hoe dat komt. Ik heb het vanmorgen ontkend, nu sta ik er ineens mee in de hand.

Zo gaat dat de hele dag door. Alles is dus programmering. Ieder gesprek, ieder TV programma, iedere advertentie, ieder gesprek, iedere opmerking. Eigenlijk is ons leven een sinterklaaslijstje. Daar schrijven we toch ook alleen maar op wat we willen hebben. Ik heb nog nooit een Sinterklaaslijstje gezien waarop iemand schreef dat zij dit NIET wil hebben en dat ook NIET. We spreken alleen maar wensen uit. De hele dag door. Ik programmeer continu anderen, anderen programmeren continu mij. Ik geef kinderen hun eigenwaarde terug en er gebeuren wonderen. Ook bij mij. Dus het begrip ‘individu’ klopt als een bus. Als mensen me tegenwoordig vragen hoe het met me gaat, dan zeg ik niet meer ‘goed’, maar ‘ik maak het goed’. Die macht om het goed te maken hebben we allemaal. Gaat het slecht? Maak het goed!